Warning: Parameter 1 to wp_default_scripts() expected to be a reference, value given in /home/flyskip.nl/www/wp-includes/plugin.php on line 571

Warning: Parameter 1 to wp_default_styles() expected to be a reference, value given in /home/flyskip.nl/www/wp-includes/plugin.php on line 571
De krantenlezer sterft uit - Flyskip Consultancy

De krantenlezer sterft uit

Home  /  MARKETING  /  De krantenlezer sterft uit

De krantenlezer sterft uit

mei 5, 2015

Mediainbeeld

 
Dit rapport geeft een beeld van de dagelijkse tijdsbesteding aan media en communicatie
onder de Nederlandse bevolking. Dat gebeurt op basis van nieuw en innovatief onderzoek,
getiteld Media:Tijd, naar de totale mediatijdsbesteding op een doorsneedag in het najaar
van 2013. Daarnaast is gebruikgemaakt van het reguliere langjarige Tijdsbestedingsonderzoek
(tbo) van het Sociaal Planbureau (scp) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (cbs)
om trends in het mediagebruik op hoofdlijnen te beschrijven. Tot het mediagebruik rekenen
we alle media-activiteiten die voor privédoeleinden worden ondernomen (dat kan ook
tijdens het werk of op school zijn). Deze omvatten het gebruik van traditionele massamedia
(televisie, radio en gedrukte media), maar dan in al hun mogelijke verschijningsvormen:
online en offline, op papier en digitaal, via vaste en mobiele media-apparaten. Daarnaast
onderzoeken we gaming, computer- en internetgebruik, en kijken we naar het gebruik van
communicatietechnologie. De uitkomsten kunnen geplaatst worden tegen de achtergrond
van veronderstellingen over razendsnelle veranderingen in het medialandschap waarin
nieuwe technologische mogelijkheden snel en breed worden omarmd en mediagebruikers
zelf beslissen waar, wanneer en wat ze aan media-inhoud consumeren, gecombineerd met
het beeld van jongeren als een digitale generatie die steeds vooroploopt en de rest van de
bevolking die dit voorbeeld snel volgt en al multitaskend door het leven gaat. In hoeverre
zijn zulke veronderstellingen correct?
Na een lange periode waarin de omvang van het mediagebruik (tv, radio, gedrukte media
en internet) stabiel bleef, is deze mediatijd tussen 2006 en 2011 toegenomen van 19:36 uur
naar 20:54 uur. Die toename heeft betrekkelijk weinig veranderd aan wannéér media
vooral worden gebruikt: dit concentreert zich nog steeds op traditionele tijdstippen, namelijk
in de avonduren of in het weekend overdag. Natuurlijk werd er in 2011 meer tijd aan
internet besteed dan in 2006, en opvallend genoeg nam ook de kijktijd toe. De televisie
behield haar positie als meest gebruikte mediakanaal. Tegenover de stijging in het gebruik
van internet en tv staat een lichte daling van de leestijd. Nederlanders besteden eveneens
meer tijd aan onlinecommunicatie en dat gaat juist in tegen een trend naar dalende tijd
voor sociaal contact in de vrije tijd. Massamediagebruik en interpersoonlijke communicatie
zijn in dit rapport in samenhang beschreven, aangezien het steeds moeilijker wordt om die
activiteiten afzonderlijk te behandelen.
In vergelijking met de verspreiding van internet volgen veranderingen in het medialandschap
elkaar inderdaad steeds sneller op. In 2013 blijkt al meer dan de helft (62%) van de
Nederlanders van 13 jaar en ouder in het bezit van een smartphone en bijna de helft (48%)
heeft een tablet. Mede door zulke nieuwe media, door nieuwe diensten en nieuwe mediaaanbieders
zijn de mogelijkheden van mediagebruik toegenomen.
De ruimste maat om mediatijd zichtbaar te maken, is een optelling van alle tijd (met een
dubbeltelling van gelijktijdige activiteiten) die aan de verschillende mediavormen (incl.
gebruik van social media, berichtenuitwisseling en telefoneren) wordt besteed. In 2013
bedroeg die totale mediatijd gemiddeld acht uur en 40 minuten (in het vervolg van dit rap-
port genoteerd als 8:40 uur) op een dag. Zonder de ‘dubbeltellingen’ van gelijktijdige
media-activiteiten besteden Nederlanders op een doorsnee dag nog steeds 7:22 uur aan
een of andere vorm van media. Het merendeel van die mediatijd (3:24 uur) wordt gecombineerd
met andere algemene activiteiten, zoals eten, werken en reizen. Nederlanders besteden
gemiddeld bijna drie uur (2:52) aan één media-activiteit op een bepaald moment
(mediasingletasking) en gedurende ruim een uur (1:05) gebruiken ze meerdere media tegelijkertijd
(mediamultitasking), al dan niet tijdens nog een andere activiteit.
In tijd uitgedrukt is ‘kijkende populairste media-activiteit. Op een doorsneedag in het
najaar van 2013 keek 86% van de bevolking naar beeldmateriaal en gemiddeld was daar
ongeveer drie uur mee gemoeid. Net als bij de andere media-activiteiten gaat het om uiteenlopende
verschijningsvormen: offline en online, op het moment van uitzending en uitgesteld,
en via vaste en mobiele apparaten. Luisteren kwam met 65% en gemiddeld bijna
drie uur luistertijd op de tweede plaats, gevolgd door gemedieerde communicatie (53%;
ruim een uur per dag) en lezen (50%; bijna drie kwartier). Gamen wordt gedaan door een
minderheid van de bevolking (17%; ruim een kwartier). Verder onderscheiden we een categorie
overig computer- en internetgebruik (41%; een halfuur).
Binnen de totale kijktijd is uitgesteld kijken en het gebruik van streaming video in
opkomst, maar vooralsnog overheerst het ‘klassieke’ kijken: lineair (dus op het moment
van een tv-uitzending) en via een vast tv-toestel. In 2013 keek 13% van de bevolking bijna
twee uur op een dag uitgesteld tv en 7% kijkt relatief lang (namelijk ongeveer tweeënhalf
uur) naar gestreamd, gedownload of gekocht videomateriaal. Dat gebeurt het meest via
een vast tv-toestel. Mobiel kijken doet minder dan een op de tien Nederlanders, via een
computer of laptop (7%), dan wel via tablet of mobiele telefoon (3%).
Ook bij radiogebruik is het ‘klassieke’ luisteren favoriet. Van de Nederlanders luistert
55% op een gemiddelde dag lineair (op het moment van uitzending) en ruim de helft (51%)
doet dat via klassieke luisterapparatuur (een vaste radio in huis of in de auto). Nietlineair
luisteren komt nauwelijks voor: nog geen 1% van de Nederlandse bevolking luistert op een
gemiddelde dag uitgesteld naar radioprogramma’s. Het luisteren naar eigen muziek (16%)
krijgt meer tegenwicht van muziek luisteren via internet (bijna 5% luistert bijvoorbeeld via
streaming muziekdiensten zoals Spotify). Mobiele apparatuur (zoals iPod of mp3-speler,
laptop, tablet of mobiele telefoon) wordt op een gemiddelde dag door 20% van de Nederlanders
gebruikt om iets te beluisteren.
Na decennia van teruglopende leestijd behoort het lezen van een krant, tijdschrift of boek
niet meer tot de dagelijkse routine van veel Nederlanders. Zelfs inclusief het digitale leesgedrag
las 50% van de bevolking in 2013 niet eens tien minuten op een gemiddelde dag. De
traditionele gedrukte media worden nog door relatief veel Nederlanders gelezen: de krant
(34%), boeken (15%) en tijdschriften (10%). Lezen van papier heeft dan bij een overgrote
meerderheid de voorkeur. Van de digitale apparatuur gebruikt men het meest de tablet of
smartphone (4% van de bevolking), gevolgd door de pc of laptop (3%). Nog minder Nederlanders
gebruiken een e-reader, al besteden ze er dan wel relatief veel tijd aan. Meer
Nederlanders lezen een nieuwssite of -app (zoals nu.nl of dichtbij.nl) (9%) dan een digitale
krant (5%). Die nieuwssites bezoekt men in gelijke mate via pc, laptop, tablet en mobiele
telefoon.
Voor communicatie is het gebruik van nieuwe media-apparatuur wel gemeengoed geworden.
Het communiceren via de mobiele telefoon (23% van de bevolking), de laptop (17%),
de pc (15%) en de tablet (8%) heeft het gebruik van de vaste telefoon naar de achtergrond
gedrongen. De mobiele telefoon wordt veelzijdig benut: in de eerste plaats om berichten
uit te wisselen (inclusief via gratis berichtendiensten zoals WhatsApp), gevolgd door
e-mailen, sociale netwerken en dan pas bellen. Ondanks de prominente positie van nieuwe
media valt op dat bijna de helft van de Nederlanders op een gemiddelde dag geen van de
genoemde communicatiemiddelen gebruikt. Dit komt mede doordat gedurende het
onderzoek heel korte communicatieactiviteiten (minder dan vijf minuten) niet in het
mediadagboek geregistreerd zijn. In de vragenlijst van het onderzoek vermeldden echter
meer Nederlanders communicatieactiviteiten (zoals e-mailen) dan uit de tijdsregistratie
bleek.
Gamen heeft in vergelijking met de reeds besproken activiteiten een beperkt bereik.
Nederlanders die een game spelen, doen dat eerder offline (11%) dan online (6%) en besteden
er gemiddeld twee uur op een dag aan.
Ouderen kijken, luisteren en lezen aanzienlijk meer dan jongeren, terwijl jongeren meer tijd
besteden aan gemedieerde communicatie (vooral berichten uitwisselen en socialemediasites
bezoeken) en in iets mindere mate ook aan gamen. Acht op de tien 65-plussers leest op
een gemiddelde dag, tegenover een kwart onder 13-19-jarigen. Tieners zijn op een dag
bijna vier uur met gemedieerde communicatie bezig (onder schooltijd en tijdens huiswerk
meegerekend) tegenover een uur onder 65-plussers. Jongeren lopen ook voorop bij de
acceptatie van innovaties in het mediagebruik. Ze maken bijvoorbeeld relatief veel gebruik
van de mogelijkheden om ‘anders’ te kijken (dus niet-lineair en via andere dragers dan het
vaste tv-toestel). De 20-49-jarigen informeren zich vaker online (via nieuwssites) dan
ouderen, die eerder vasthouden aan een papieren krant, of tieners die in alle vormen het
minst lezen.
Hoogopgeleiden zijn eveneens voorlopers bij de acceptatie van nieuwe media. Zij besteden
meer tijd aan ‘anders’ kijken (niet-lineair en via andere dragers) dan laagopgeleiden, zijn
oververtegenwoordigd bij het online lezen van kranten en boeken via digitale platforms,
alsook het bezoeken van nieuwssites. Ook maken meer hoogopgeleiden gebruik van alle
vormen van gemedieerde communicatie. Daar staat tegenover dat meer laagopgeleiden
kijken en daar gemiddeld een uur meer tijd aan besteden dan hoogopgeleiden.
De verschillen in mediagebruik tussen mannen en vrouwen zijn gering. Voor zover aanwezig
zijn mannen wat actiever in het bezoeken van nieuwssites/-apps en het kijken en lezen
(krant) via digitale apparatuur. Vrouwen zijn licht oververtegenwoordigd bij de communicatie
via mediadragers, boeken lezen (zowel van papier als via e-reader of tablet) en naar
lineaire programmering via een vast tv-toestel kijken.
Dagelijks benutten Nederlanders maar een beperkt deel van de beschikbare mediamogelijkheden.
Van de acht onderscheiden media- en communicatieactiviteiten (kijken,
luisteren, lezen, gemedieerd communiceren, gamen, online informeren, overig internetten
en overig mediagebruik) doen ze er gemiddeld drie op een dag. Deze mediadiversiteit is bij
bijna een derde van de Nederlandse bevolking als beperkt te kenschetsen: zij komen op
een gemiddelde dag tot maximaal twee media-activiteiten, meestal kijken en/of luisteren.
Daar staat een groep zeer diverse gebruikers tegenover die op een dag vijf of meer mediaactiviteiten
ontplooien (19%). De meeste Nederlanders bevinden zich daartussenin.
De jongere leeftijdsgroepen (13-19-jarigen en 20-34-jarigen) hebben een minder divers
mediagebruikspatroon dan oudere leeftijdsgroepen. Ze gebruiken minder verschillende
typen mediadragers (papier, vaste en mobiele media-apparaten) en nemen op een dag aan
minder verschillende media-activiteiten deel van oudere leeftijdsgroepen, met de 50-64-
jarigen als meest diverse mediagebruikers. Dit komt niet doordat jongeren over minder
media-apparatuur beschikken. Integendeel: bijna de helft van de tieners heeft minstens
tien verschillende media-apparaten, terwijl dat onder ouderen maar 5% is.
Ook het mediagebruikspatroon van hoogopgeleiden kent een hoge diversiteit. Zij combineren
vaker dan laagopgeleiden de verschillende typen mediadragers en leggen ook een
meer divers media-activiteitenpatroon aan de dag.
Multitasking in de vorm van mediagebruik in combinatie met een andere algemene activiteit
is inmiddels gebruikelijk geworden. Veel Nederlanders combineren hun mediagebruik
(in aflopende volgorde) met eten en verzorging, gevolgd door vrije tijd, huishouden en reizen.
De meeste tijd is gemoeid met de combinatie van werk of studie met een media-activiteit.
Mediamultitasken (de combinatie van meerdere media-activiteiten tegelijkertijd) komt
minder vaak voor. Ongeveer 15% van de mediatijd (ontdubbeld) wordt hieraan besteed. De
combinatie van tegelijkertijd kijken en gemedieerd communiceren komt het meest voor:
13% van de bevolking doet dit op een doorsnee dag (N.B.: kortdurende media-activiteiten
van maximaal enkele minuten zijn niet in de analyse betrokken). Zonder de combinatie
met algemene activiteiten behoren meer ouderen tot de mediamultitaskers dan jongeren,
terwijl jongeren juist tijdens andere algemene activiteiten langere tijd met meerdere
media- en communicatieactiviteiten tegelijkertijd bezig zijn.
Mediagebruik is gekoppeld aan verschillende aspecten van sociale samenhang. Naarmate
Nederlanders meer televisie en film(pjes) kijken, hebben ze minder maatschappelijk vertrouwen
(d.w.z. algemeen vertrouwen in anderen en institutioneel vertrouwen). Opmerkelijk
genoeg staat daar tegenover dat kijkers naar de publieke omroep juist meer maatschappelijk
vertrouwen (zowel sociaal als institutioneel) dan andere kijkers hebben. Deze
tegenstrijdige bevinding is niet geheel toe te schrijven aan verschillen in de samenstelling
van de kijkersgroepen in termen van sekse, leeftijd en opleidingsniveau, want voor deze
invloedrijke kenmerken is statistisch gecontroleerd. Zelfs na deze controle blijkt kijken naar
de publieke omroep enigszins samen te hangen met een hoger maatschappelijk vertrouwen.
Of de beoogde functie van de publieke omroep om het maatschappelijk vertrouwen
te stimuleren de oorzaak van de samenhang is, kan op basis van de cross-sectionele data
niet vastgesteld worden.
Uit de analyses bleek niet dat het kijken naar de publieke omroep samengaat met een
hogere kwaliteit van iemands sociale netwerk/relaties (op anderen kunnen terugvallen bij
persoonlijke problemen, de mate waarin men zich geïsoleerd voelt, en de grootte van het
netwerk waarop men kan leunen bij persoonlijke problemen).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>